John Deere sloot zijn derde kwartaal van boekjaar 2026 af op 2 augustus en bracht de cijfers op 20 augustus naar buiten. Onder de streep bleef 1,379 miljard dollar over, 5,10 dollar per aandeel, bij een totale omzet van 12,608 miljard dollar. Voor de mechanisatiebranche is een ander getal veelzeggender: de divisie achter de zware trekkers en oogstmachines leverde 6 procent omzet in, terwijl de tak met compacte trekkers en groentechniek 12 procent groeide. Diezelfde breuklijn loopt door de Europese markt.
Twee divisies, twee richtingen
Deere rapporteert in drie segmenten. Afgezet tegen hetzelfde kwartaal een jaar eerder zag het beeld er volgens het officiële kwartaalbericht zo uit:
- Production & Precision Agriculture, de zware landbouwtechniek: 3,998 miljard dollar omzet, 6 procent minder. Het bedrijfsresultaat zakte 9 procent naar 527 miljoen dollar.
- Small Agriculture & Turf, met compacte trekkers en groenvoorziening: 3,383 miljard dollar, 12 procent meer. Het bedrijfsresultaat steeg 28 procent naar 622 miljoen dollar, goed voor een marge van 18,4 procent.
- Construction & Forestry: 3,618 miljard dollar, 18 procent meer, met een bedrijfsresultaat van 436 miljoen dollar, 84 procent hoger.
De winstgevendheid van de kleine machines is opmerkelijk. Small Agriculture & Turf boekte dit kwartaal een hogere absolute winst dan de zware divisie, terwijl die laatste jarenlang de motor onder het concern vormde. Deere schroefde de winstverwachting voor heel 2026 op naar 4,75 tot 5,0 miljard dollar.
De zware klasse zit in de hoek waar de klappen vallen
De verklaring ligt in de akkerbouw. Lagere graan- en oliezaadprijzen drukken de investeringsruimte precies in het segment waar een machine al snel enkele tonnen kost. Wie een trekker van 250 pk of een hakselaar wil vervangen, schuift die beslissing een seizoen op zodra het saldo tegenvalt. Bij een compacte trekker van 40 pk of een maaier voor de gemeente speelt die afweging veel minder, en daar komt bij dat de vraag uit de groenvoorziening en van hobbybedrijven nauwelijks meebeweegt met de gewasprijzen.
Deere rekent daarom voor heel boekjaar 2026 op een omzetdaling van ongeveer 10 procent in de zware divisie, tegenover een plus van circa 15 procent bij de kleine machines. De marktprognoses per regio onderstrepen dat beeld:
- Grote landbouwtechniek in de Verenigde Staten en Canada: 15 tot 20 procent lager.
- Trekkers en maaidorsers in Zuid-Amerika: eveneens 15 tot 20 procent lager.
- Europa: vlak.
- Compacte trekkers en groentechniek in de VS en Canada: vlak tot 5 procent hoger.
Europa vlak, Nederland net boven het dieptepunt
Vlak is in dit gezelschap een gunstige prognose, want Europa hoeft de val van 15 tot 20 procent aan de andere kant van de oceaan niet mee te maken. Absoluut gezien ligt de lat hier wel laag. In Nederland werden in 2025 volgens brancheorganisatie Fedecom 2.188 trekkers geregistreerd, het laagste aantal sinds ten minste 2009.
Dit jaar krabbelt de markt voorzichtig op. Over januari tot en met april telde Fedecom 664 nieuwe trekkers, 21 stuks meer dan in dezelfde maanden van 2025. Wie verder terugkijkt, ziet hoe bescheiden dat herstel is: over dezelfde periode ging het in 2024 om 915 machines, in 2023 om 834 en in 2022 om 686. April 2026 was met 181 registraties zelfs de zwakste aprilmaand sinds minstens 2006, meldde Nieuwe Oogst.
De optelsom is een markt die stabiliseert op een historisch laag niveau. Voor dealers betekent dat minder inruil, en dus een smallere instroom van jong gebruikt materieel.
Wat betekent dit voor de restwaarde?
Een zwakke markt voor nieuwe machines werkt twee kanten op. Minder nieuwverkoop levert minder inruilers op, en die schaarste houdt de prijzen van goed onderhouden gebruikte trekkers overeind. Tegelijk stelt een deel van de bedrijven de vervanging simpelweg uit, waardoor bestaande machines langer doordraaien en meer uren maken. Dat drukt op termijn de waarde van juist die exemplaren.
In Duitsland tekent dat zich al af. Volgens de maandelijkse prijsanalyse van TechnikBoerse in vakblad Agrartechnik bleven de gemiddelde prijzen voor gebruikte trekkers in juli 2026 grotendeels stabiel, maar leverden de bouwjaren 2010 en 2011 in over de volle breedte van 75 tot 200 pk. Machines van rond de vijftien jaar oud belanden in de fase waarin slijtage en verouderde emissienormen samenvallen met een dunne kopersmarkt.
Wie overweegt te verkopen of in te ruilen, doet er goed aan te weten waar de eigen machine in dat beeld staat. Via de gratis taxatie is een waardebepaling op kenteken of op merk en model op te vragen, en de prijstrends per model laten zien hoe een type zich de afgelopen periode in twintig Europese landen heeft gehouden. Vooral in de zwaardere klassen is het verschil tussen twee bouwjaren het narekenen waard.
Bodem in zicht, herstel nog niet
Deere houdt het er zelf op dat boekjaar 2026 het dieptepunt van de cyclus markeert. Dat de kleine machines en de bouwtak eerder aantrekken, past in het gebruikelijke patroon: die segmenten reageren sneller op rente en op vertrouwen bij particuliere en gemeentelijke kopers, terwijl de zware landbouwtechniek pas volgt zodra de gewasprijzen aantrekken en de dealervoorraden zijn geschoond. Aan die laatste voorwaarde wordt gewerkt, want het concern meldde een verbeterde voorraadpositie.
Voor de Nederlandse en Duitse markt betekent dat vermoedelijk nog enkele stroeve kwartalen in de zware klasse, met een gebruiktmarkt die krap blijft aan de aanbodkant. Wie kan wachten met vervangen, wacht. Wie moet verkopen, heeft baat bij een compleet onderhoudsdossier en een eerlijke urenstand, want juist in een markt met weinig kopers bepaalt dat het verschil tussen vraagprijs en verkoopprijs.