In de eerste zes maanden van 2026 zijn in Nederland 485 nieuwe compacttrekkers verkocht. Dat zijn er 140 meer dan in dezelfde periode vorig jaar, toen de teller op 345 bleef staan, en bijna het dubbele van de 279 stuks uit het eerste halfjaar van 2024. De cijfers komen uit de registratie van branchevereniging Fedecom en werden op 21 augustus gepubliceerd door Nieuwe Oogst.
Zet dat naast de rest van de markt en het contrast springt eruit. Over de hele trekkermarkt werden in het eerste halfjaar ruim 1.400 stuks op kenteken gezet, blijkt uit RDW-gegevens die Fedecom op een rij zette. Dat zijn er ongeveer honderd meer dan in dezelfde periode van 2025, maar nog altijd bijna driehonderd minder dan in 2024. In de zware klasse is het herstel dus voorzichtig. In het compacte segment is van voorzichtigheid geen sprake: daar staat de groei op ruim veertig procent.
Japanse importeurs pakken het segment
Wie er profiteert, laat de merkverdeling zien. Fedecom geeft cijfers per merk pas na twaalf maanden vrij, conform de mededingingswetgeving, dus het meest recente merkbeeld is dat van de eerste helft van 2025. Daarin ging Iseki met 227 verkochte trekkers ruim aan kop, tegen 126 in dezelfde periode van 2024 en 163 in 2023. Kubota volgde op afstand met 45 stuks, tegen 38 in 2024 en 42 in 2023. Het Zuid-Koreaanse Kioti bewoog juist de andere kant op: van 55 stuks in de eerste helft van 2023, via 39 in 2024, naar 31 in 2025.
Bij de traditionele landbouwmerken ging de afkalving harder. New Holland verkocht in de eerste helft van 2023 nog 124 compacttrekkers, twee jaar later waren dat er nog 12. Ook John Deere levert in dit segment al enkele jaren in. Het patroon is herkenbaar voor iedere dealer: de tuinbouw-, gemeente- en parkklant komt steeds vaker bij een Japanse importeur uit, terwijl de grote fabrikanten hun ontwikkelbudget en hun dealerorganisatie richten op de zware klasse, waar de marge per machine nu eenmaal hoger ligt.
Dat de merkcijfers een jaar achterlopen, is voor de duiding een handicap. De volumecijfers over 2026 zeggen wel iets over de richting, niet over de vraag of Iseki zijn voorsprong dit jaar verder heeft uitgebouwd. Pas medio 2027 is dat hard te maken.
Fabrikanten zien hetzelfde patroon
De Nederlandse cijfers staan niet op zichzelf. Wacker Neuson, moederbedrijf van Kramer en Weidemann, boekte in de eerste helft van 2026 een omzet uit landbouwmachines van 298,2 miljoen euro, tegen 197,9 miljoen een jaar eerder. Dat is een plus van 50,7 procent, in een markt die volgens het bedrijf zelf gedempt bleef. De omzet uit compacte machines steeg met 25,9 procent naar 742,5 miljoen euro, de groepsomzet met 16,9 procent naar 1.256,5 miljoen euro en het bedrijfsresultaat met 86,6 procent naar 104,7 miljoen euro. De cijfers werden op 13 augustus gepubliceerd, samen met een verhoogde jaarprognose.
Ook bij John Deere loopt de scheidslijn dwars door het assortiment. In het derde kwartaal van boekjaar 2026 groeide de divisie Small Ag & Turf met 12 procent in omzet en met 28 procent in bedrijfsresultaat, terwijl de vraag naar zware landbouwmachines zwak bleef. Wij schreven daar eerder over in John Deere ziet trekkerverkoop dalen, Europa stabiel.
Stemming in de sector kruipt omhoog
Op Europees niveau is de bodem in zicht, maar meer ook niet. De Business Barometer van fabrikantenkoepel CEMA, gepubliceerd op 13 augustus, kwam uit op min 14 punten, tegen min 19 een maand eerder. Op een schaal van min honderd tot plus honderd is dat nog altijd recessiegebied. Belangrijker is waar de verbetering vandaan komt: het oordeel over de huidige gang van zaken blijft zwak, de opleving zit vrijwel volledig in de verwachtingen voor de komende zes maanden. Scandinavië, het Verenigd Koninkrijk en Ierland trekken de index omhoog, Polen en Frankrijk drukken hem.
Voor de compactmarkt is dat relevant, omdat die een andere conjunctuur volgt dan de akkerbouwmachines. Een gemeente, een groenvoorziener, een boomkweker of een paardenhouder kijkt naar rentelasten en naar het onderhoudsbudget, niet naar de graanprijs. Dat maakt de vraag in dit segment minder cyclisch en, zo blijkt nu, ook beter bestand tegen een slecht landbouwjaar.
Wat het betekent voor de restwaarde
Verkoopcijfers van nieuwe machines zijn een voorspeller voor het aanbod van tweedehands materieel over drie tot zes jaar. Wie nu 485 compacttrekkers per halfjaar in de markt zet, legt de basis voor een ruimer occasionaanbod rond 2030. Op korte termijn werkt het andersom: het aanbod jonge, gebruikte compacttrekkers is dun, omdat de instroom in 2023 en 2024 laag lag. Dat houdt de prijzen van goed onderhouden exemplaren stevig.
Daar komt bij dat compacttrekkers doorgaans weinig draaiuren maken en lang meegaan. Een machine van vijftien jaar oud met 1.500 uur is in dit segment geen uitzondering, terwijl een akkerbouwtrekker van die leeftijd allang door de tienduizend uur heen is. Dat vertaalt zich in een vlakkere afschrijvingscurve, zeker bij merken met een dicht dealernetwerk en een goede onderdelenvoorziening. Wie wil weten waar zijn machine staat, kan de marktwaarde per merk en type nalopen op onze overzichten voor Iseki en Kubota, of direct een waardebepaling doen.
Kanttekeningen bij de groei
Enige nuchterheid is op zijn plaats. Het gaat om 485 machines. In absolute aantallen blijft dit een klein segment naast de ruim 1.400 trekkers die in totaal werden geregistreerd, en de vergelijkingsbasis van 2024 was uitgesproken zwak. Een deel van de groei is inhaalvraag van klanten die hun vervanging twee jaar hebben uitgesteld. Bovendien zit in de Nederlandse cijfers een categorie die nooit in de landbouw terechtkomt, van gemeentelijke groenvoorziening tot maneges en golfbanen.
Waar dealers rekening mee moeten houden:
- de merkcijfers over 2026 volgen pas medio 2027, sturen op eigen orderportefeuille is voorlopig het enige alternatief;
- het jonge occasionaanbod in dit segment blijft tot zeker 2028 krap, wat inruilwaarden ondersteunt;
- klanten in dit segment zijn merkvast zolang het onderhoud bij dezelfde dealer blijft.
De richting is intussen duidelijk genoeg. Zolang de zware trekkermarkt een kwart tot een derde onder het niveau van 2024 blijft hangen en de CEMA-index in het rood staat, is het compacte segment de plek waar dealers hun volume halen. Voor merken die dit segment de afgelopen jaren hebben verwaarloosd, wordt het lastig die klanten terug te winnen: wie eenmaal een Iseki of een Kubota voor de deur heeft staan, blijft doorgaans bij de dealer die het onderhoud doet.